WMO
Inkoop en aanbestedingen Wmo
In 2025 is binnen het sociaal domein uitvoering gegeven aan meerdere inkoop- en aanbestedingsprocedures gericht op Wmo-voorzieningen. De inkoop van Huishoudelijke Ondersteuning is in dit kader afgerond, waarbij is ingezet op toekomstbestendige en rechtmatige contracten die bijdragen aan het langer zelfstandig wonen van inwoners. De uitgangspunten zelfredzaamheid, kwaliteit en kostenbeheersing vormden hierbij het beleidsmatig kader.
Binnen deze inkoopprocedure is besloten om samen te werken met aanbieders van huishoudelijke hulp die handelen volgens bovengenoemde uitgangspunten. Bij de beoordeling is er onder meer gekeken naar de prijs-kwaliteitverhouding en de mate waarin wordt geïnvesteerd in de scholing van medewerkers. Concreet betekent dit dat aanbieders deze uitgangspunten in de praktijk toepassen, oog hebben voor wat inwoners zelf nog kunnen en daarnaast een signalerende functie vervullen.
Daarnaast zijn in 2025 de aanbestedingen voor elektrische deuropeners en woonunits afgerond, waarbij is gestuurd op een zorgvuldige afweging tussen prijs en kwaliteit. In het najaar van 2025 is tevens gestart met de aanbestedingsprocedure voor trapliften. Deze zal naar verwachting in de loop van 2026 worden afgerond.
Wmo Toezicht
Gemeenten zijn op grond van de Wmo verantwoordelijk voor het toezicht op de rechtmatigheid en kwaliteit van de Wmo-dienstverlening. In samenwerking met gemeente Sittard-Geleen en gemeente Beek is in 2025 het beleidskader Wmo-toezicht vastgesteld. Op 1 april 2025 zijn de toezichthouders gestart.
Beschermd wonen
De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd wonen zijn controversieel verklaard. Het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel moeten ervoor zorgen dat gemeenten zelf verantwoordelijk worden voor deze vorm van ondersteuning. De streefdatum was uitgesteld naar 1 januari 2026 maar dit is niet haalbaar gebleken. De geplande invoering is opnieuw uitgesteld en er is momenteel geen nieuwe streefdatum bekend.
Ook het objectieve verdeelmodel voor de middelen die gemeenten ontvangen voor Beschermd wonen wordt nog niet ingevoerd. Dat is immers onlosmakelijk verbonden met het woonplaatsbeginsel.
Binnen het onderdeel Wmo is een positief saldo van € 227.000 gerealiseerd. Dit overschot wordt met name veroorzaakt door lagere kosten voor woningaanpassingen dan vooraf geraamd. Deze uitgaven zijn echter lastig te begroten, omdat zij afhankelijk zijn van incidentele en moeilijk voorspelbare aanvragen. Daarnaast zijn ook de kosten voor begeleiding en dagbesteding lager uitgevallen dan het begrote budget.
