Toelichting Bestuur, ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen
Werkelijk | Begroting na wijziging | Primaire begroting | |
(x € 1.000) | 2025 | 2025 | 2025 |
Lasten | 17.381 | 16.033 | 16.310 |
Baten | 67.248 | 66.809 | 61.710 |
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten | 49.866 | 50.777 | 45.400 |
Toevoeging reserves | 18.524 | 18.926 | 5.342 |
|---|---|---|---|
Onttrekking reserves | 20.468 | 23.459 | 6.674 |
Gerealiseerd resultaat | 51.810 | 55.309 | 46.733 |
|---|
Verschillenanalyse ( - = nadelig, + = voordelig) | Bedrag |
|---|---|
x € 1.000 | |
OZB woningen en niet woningen | |
De realisatie van de jaren 2021-2024 is hoger uitgevallen dan vooraf begroot, dit leidt tot een bijstelling door de BsGW | 36 |
Opbrengst vervolgingskosten BsGW | |
Sinds 2025 worden de opbrengst vervolgingskosten en de rentelasten niet meer via de bijdrage, maar worden separaat verrekend. De werkelijke opbrengst valt door meevallers hoger uit dan vooraf ingeschat. | 30 |
Bijdrage BsGW | |
De bijdrage aan de BsGW is lager uitgevallend dan vooraf begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat er bij de BsGW minder kosten zijn gemaakt dan vooraf begroot en door BCF compensatie vanuit de BsGW. | 117 |
Algemene uitkering | |
De vertaling van de decembercirculaire kan niet meer in de begroting worden verwerkt. Dit samen met geactualiseerde aantallen leidt tot een hoger algemene uitkering dan vanuit de septembercirulaire was berekend. | 507 |
Bouwkundig onderhoud | |
In 2025 zijn in het kader van bouwkundig onderhoud er fors minder klachtenreparaties uitgevoerd. Hierdoor blijft de realisatie achter ten opzichte van de begroting. | 30 |
Bestuur | |
Per 1 januari 2028 vindt, in het kader van de Wet toekomst pensioenen (Wtp), de overgang plaats van de pensioenregeling voor politiek ambtsdragers naar het nieuwe pensioenstelsel. Voor de overdracht aan het pensioenfonds ABP is een bijstelling van deze voorziening nodig (-1.319) en lagere uitgaven voor opleiding college (30) | -1.289 |
Overhead | |
Een voordelig resultaat dat het gevolg van een positief resultaat op de P-budgetten (P-staat, inhuur, UWV ontvangsten, stelposten, voorziening verlofsparen en RVU en overige) van (283). Lagere energiekosten (30), terugontvangen overheadkosten van het RIEC (42), minder uitgaven communicatie (39) en lagere doorverdeling aan de overige programma's (-195) | 199 |
Kapitaallasten | |
Lagere afschrijvings- en rentelasten op basis van nacalculatie rente (1,3%) | 103 |
Treasury | |
Als gevolg van lagere rentekosten over 2025 heeft er een nacalculatie van de omslagrente plaatsgevonden. Als gevolg daarvan worden lagere interne rentelasten aan de diverse programma's doorgegerekend. Met name deze lagere doorrekening zorgt voor een lagere dekking op dit programma | -695 |
Mutaties reserves | |
Vanwege lagere lasten in 2025, is ook een lager bedrag onttrokken aan de reserve renovatie brug Urmond (-2.405), aan de reserve uitvoerings-programma toerisme (-18) en aan de reserve bouwgrondexploitaties (-111). Daarnaast is er een storting geweest in de reserve omgevingswet (-114) vanuit het gemeentefonds en is de onttrekking op basis van de werkelijke kosten lager uitgevallen (96) dan vooraf begroot. Daarnaast is er een toevoeging geweest aan de reserve afval (-325) en er is een lager bedrag doorgeschoven naar 2026 van de reserve krimp (50). Tot slot is er een bedrag ontrokken aan de egalisatiereserve BUIG (238) om het tekort op de BUIG-uitkerin gedeelteijk op te vangen. | -2.589 |
